De toenemende complexiteit van de zorgvraag zien we overal in de keten en dus ook hier bij RIBW K/AM. Op zich is dat logisch. De lichte problematiek proberen we terug te brengen naar de sociale basis. Daardoor heeft de groep cliënten die we bij RIBW K/AM binnenkrijgen dus een complexere problematiek. RIBW K/AM biedt begeleid wonen voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn, waaronder specifieke doelgroepen zoals mensen met Korsakov, dubbele diagnose of autisme. We begeleiden ook veel cliënten ambulant en we bieden maatschappelijke opvang. 



Ik lees in de nieuwe visie van GGZ inGeest dat zij focust op de behandeling van mensen met complexe psychische problemen. Dat onderschrijf ik. Mensen die kunnen deelnemen in de maatschappij, moeten niet bij een gespecialiseerde instelling (blijven) zitten, maar zo veel mogelijk in de eigen wijk en leefomgeving een plek hebben, met ondersteuning van het eigen netwerk en de sociale basis. 



Het punt is dat partijen in de sociale basis, zoals buurthuizen en wijkteams, niet altijd klaar zijn voor deze kwetsbare mensen. De sociale basis heeft vaak te weinig kennis over de doelgroep. Dat is een bekend gegeven. Daarom starten we in de Haarlemmermeer met het project GGZ in de Wijk, waarin we samenwerken met GGZ inGeest. Met de input van GGZ inGeest kunnen wij de sociale basis begeleiden en kwartier maken voor onze cliënten in de basis. 



De scherpere focus van GGZ inGeest brengt wel een risico met zich mee. Het is GGZ inGeest die bepaalt wanneer een behandeling voldoende is. Daarover kunnen we wel eens van mening verschillen. Wij vinden het belangrijk dat een behandelaar op de achtergrond aanwezig is, ook als iemand geen duidelijke hulpvraag (meer) heeft. Met sommige mensen gaat het goed dankzij de begeleiding in het dagelijks leven in combinatie met behandeling. En na de behandeling met de wetenschap dat ze terug kunnen vallen op een behandelaar als het moeilijk wordt. Met de nieuwe focus kan dat laatste niet meer. Daardoor hebben we onlangs een probleem met een cliënt samen met de politie moeten oplossen. Dat is niet wenselijk voor de cliënt en begeleiders.



Hoe meer GGZ inGeest bepaalt dat de behandeling genoeg is geweest, hoe groter ik die uitdaging vind. Het is belangrijk dat we hierover met elkaar in gesprek blijven, ieder vanuit zijn eigen expertise. Ik lees in de visie dat GGZ inGeest dat ook wil: samen met cliënt en partners bepalen wat nodig is. Daarom is er ook ruimte nodig ons geluid te laten horen: wat hebben wij nodig om mensen met deze complexe problematiek te ondersteunen in het dagelijkse leven. 



Als ik kijk naar teams waar cliënten goede kwaliteit van zorg krijgen, zijn het de teams die andere partijen snel en goed weten te vinden. De mensen van FACT bijvoorbeeld lopen hier vaak binnen, weten ons heel goed te vinden, ze zijn bijna onderdeel van onze teams. De hele locatie profiteert daarvan, de cliënten maar ook de begeleiders en behandelaren. Ze vertrouwen erop dat ze er voor elkaar zijn als het nodig is. En dat werkt. Ik denk dat we op die manier nauw met elkaar moeten blijven samenwerken, GGZ inGeest als behandelaar en wij als begeleider. Daarin zijn we complementair aan elkaar.



- Kitty, directeur RIBW K/AM

Wat denk jij?

Deel jouw mening, jouw kijk, jouw unieke standpunt.

Upload hier jouw verhaal